a

Anne Salz

OVER KLEUR

a

 
 

Home

Galerie

Over kleur

Contact 

 

 

IOver mijzelf

Als kind volgde ik muzieklessen en er werd al snel van mij gezegd dat ik muzikaal was. Ik speelde sopraan- en altblokfluit toen dit instrument weer aanzien genoot en als volwaardig werd beschouwd.  Het was de tijd van Frans Brüggen. Barokmuziek werd mijn passie en ik speelde graag melodieën van Telemann, Händel en vooral veel Vivaldi. Naast een opleiding aan de Pedagogische Academie volgde ik drie jaar lessen aan het conservatorium. Blokfluitles kreeg ik van Ricardo  Kanji en Marjan Banis – twee vooraanstaande musici op dit gebied. Tegenwoordig houd ik mij niet meer actief met musiceren bezig, maar besteed ik al mijn tijd aan  schilderen.

Het concrete en tegelijk magische van kleuren vind ik fascinerend. De karakters van de kleuren, die in essentie constant zijn, tonen  eigenschappen afhankelijk van de situatie waarin ze zich geplaatst vinden. De interacties onderling, alsmede de communicatie met degene die ernaar kijkt zijn dynamisch, in het moment, nooit hetzelfde en daarom zo intrigerend. Al schilderend begeef ik mij op een inspirerende ontdekkingsreis langs ontelbare kleurschakeringen. Zoals klanken samen een muziekstuk vormen en het een tijdsbeleving wordt, die je innerlijk raakt, zo wordt een schilderij een kleurervaring met identieke eigenschappen. Kleuren voeren samen een schouwspel op, die gevoelens en instincten raken en beïnvloeden.

De essentie van kleur

Ons vermogen om te zien is verbonden met associaties en objecten. Wij zien geen pure vormen en kleuren maar mensen, landschappen en voorwerpen. Ze zijn gestructureerd in hun onderlinge, meestal bekende, verbanden waardoor bij ons een gevoel van herkenning ontstaat – een vaas met bloemen. Als wij iets zien wat wij niet snel genoeg kunnen plaatsen, niet begrijpen, dan stellen wij al gauw de vraag ‘Wat moet dit voorstellen?’.

Dit gebeurt ook bij het zien van een abstract schilderij. De schilder geeft beelden, gedachten of emoties weer, die hij op zijn eigen manier heeft geïnterpreteerd en verbeeld. Sommige toeschouwers beweren dat het werk inderdaad het oorspronkelijke beeld van de kunstenaar bij hen oproept. En anderen stellen of met teleurstelling of met verzet dat zij ‘Het er helemaal niet in zien’. Maar door de associatie wordt onze aandacht afgeleid en wij zien niet meer wat er werkelijk op het doek staat afgebeeld: wij zien geen rood, maar een appel. Wat gebeurt er als zelfs het beeld en de associatie van het presenteerblaadje worden gehaald, als de kunstenaar probeert om de kleur kleur te laten zijn, de kleur in haar essentie weer te geven? Alle associaties ten spijt. Wat zien wij dan?

In mijn schilderijen gaat het niet meer om een abstracte weergave van een concreet beeld. De kleuren spelen in hun onderlinge dynamiek - letterlijk. De structuur van de eenvoudigste vormen kanaliseert ons waarnemingsvermogen, maar biedt geen ruimte voor associaties. Wie blijft kijken ziet een voortdurende verandering, net als spiegelingen in water. De schilderijen bevatten een oneindige variatie, die de toeschouwer kan ervaren, maar waar hij ook aan voorbij kan gaan.

Als een ‘Concerto in C-major’ van …. opgevoerd wordt nemen wij het zoals het is, stellen er meestal geen vragen over, maar vinden het mooi of niet mooi. Zonder veel moeite gaan wij uit van ons gevoel. Wij horen klanken van muziekinstrumenten – individueel en in hun onderling verband. De compositie heeft structuur, ritme, kleur. Muziek gaat voorbij en kan bij ons emoties of beelden oproepen zonder dat daar aanwijsbaar reden voor is. Wie in staat is in muziek op te gaan hoort een veelheid aan klanken en structuren, die in elkaar overvloeien, elkaar beïnvloeden, bepalen en die wedijveren om aandacht en gevoel.

Klanken en kleuren worden fenomenen die gevoelens kunnen weergeven en oproepen. Mijn schilderijen komen zo dicht bij een muziekstuk als maar mogelijk is. Een muziekstuk speelt zich af in tijd. U kunt er niet aan voorbij gaan, want dan hoort u slechts enkele klanken. Wie muziek wil horen en beleven moet stilstaan en luisteren. Dit geldt ook voor mijn schilderijen. Ze zijn niet bestemd voor een oppervlakkige toeschouwer die meent dat bij het zien ‘één oogopslag’ voldoende is. U moet stilstaan en kijken. Of u uw ogen op een punt fixeert of over het schilderij heen en weer laat glijden u ziet structuren die verschijnen en verdwijnen. Wij maken het voor onszelf meestal heel moeilijk om ons vermogen om te zien te laten uitmonden in intuïtief, subjectief begrijpen en ervaren.